2013 rapport drempelonderzoek



Drempelonderzoek

Maasmechelen

Afbeelding 1
Afbeelding 2




Drempelonderzoek 2013

Maasmechelen





Inleiding



De gemeente Maasmechelen werd geselecteerd voor het project ‘Stimulering participatie aan jeugdbewegingswerk door kinderen en jongeren in armoede’ van Minister Lieten.

Inhoudelijke prioriteiten van het project zijn :

  • Een beleid voeren dat drempels wegwerkt die bestaan tussen mensen in armoede en jeugdbewegingen.

  • Beleidsmaatregelen inzetten op en investeren in mensen in het werkveld, hen coachen en ondersteunen. De coaching van de werkers is gericht op het versterken van de analyse- en handelingskracht in zijn concrete werksituatie, gesteund op het zichtbaar en hanteerbaar krijgen van wisselende sterktes en zwaktes, kansen en mogelijkheden, in de concrete lokale situatie.

  • Er moet een link zijn tussen het onderwijs en de jeugdbewegingen.

Bij de voorwaarden van het project staat ondermeer dat het aangewezen is om samen te werken met een organisatie die voldoende knowhow heeft over het thema toegankelijkheid en maatschappelijke kwetsbaarheid. Daarom werd het CMGJ als partnerorganisatie betrokken.



Het aanbod van het CMGJ kan in twee stappen geformuleerd worden.

Stap 1Drempelonderzoek

Om een aanbod op maat uit te werken en concrete aanbevelingen te doen is het nodig een beeld te krijgen van de huidige situatie. Een drempelonderzoek is een analyse van de omgeving, het aanbod in Maasmechelen en de drempels hierin voor zowel de doelgroep, het jeugdwerk als het beleid. Vanuit deze gegevens formuleren we voorlopige beleidsaanbevelingen waarop we verder bouwen en concreet mee aan de slag gaan. We trachten een antwoord te vinden op volgende vragen:

  • Wat is het aanbod?

  • Wie is de doelgroep?

  • Wat houdt ouders en kinderen tegen om deel te nemen aan het aanbod?

  • Wat zijn de drempels voor jeugdbewegingen om aan toegankelijkheid te werken?





Dit drempelonderzoek is het resultaat van:

  • Een kwantitatieve analyse via raadpleging van cijfergegevens (omgevingsanalyse);

  • Een kwalitatieve analyse via gesprekken met diverse actoren;

  • Een lectuurstudie van geschreven bronnen die aanwezig zijn in de gemeente;

  • Een aanbodgerichte bevraging van kinderen, jongeren en ouders.

De vragen werden aangepast naargelang de doelgroep (diensten, verenigingen, ouders en kinderen). De vragen voor de organisatieswerden geformuleerd aan de hand van de verschillende drempels. De bevraging zelf was een eerste stap om organisaties en diensten meer bewust te laten worden van een aantal drempels.

Dankzij een eerdere bevraging van alle jeugdverenigingen,was het een eenvoudigere opdracht om hun specifieke drempels in kaart te brengen.

De kinderen werden bevraagd via de scholen. Ongeveer 140 leerlingen hebben de bevraging ingevuld.

Jongerenwerden bevraagd via Thebe, JAC en Jongeren In Beweging.



Deze tekst is geen wetenschappelijke studie. We willen vooral een beeld geven van de knelpunten, aandachtspunten en mogelijkheden voor het beleid om de participatie aan het jeugdwerk door kinderen en jongeren in een kwetsbare positie te verbeteren.

In de tekst maken we telkens een onderscheid tussen (cijfer)gegevens en bevindingen van het CMGJ. De gegevens zijn cijfers of gegevens vanuit de bevragingen die we van diverse bronnen verkregen hebben. De bevindingen van het CMGJ zijn geformuleerd op basis van alle informatie, zowel schriftelijk als mondeling, gedurende het onderzoek.

We kiezen er bewust voor om citaten (cursief in de tekst) weer te geven om de boodschap te versterken en geen namen van personen of diensten op te nemen in het onderzoek. We hopen hierdoor meer openheid en veiligheid te creëren voor de verderzetting van het proces in de toekomst, zodat gericht een aantal knelpunten kunnen aangepakt worden.



Stap 2 Begeleiding en ondersteuning

Met de informatie uit het drempelonderzoek kan de gemeente concreet aan de slag en de juiste begeleiding en ondersteuning op maat aanbieden.

1. Maatschappelijke kwetsbaarheid en jeugdwerk

De theorie van maatschappelijke kwetsbaarheid werd ontwikkeld

  • in het begin van de jaren ‘80 (Vettenburg, Walgrave en Van Kerckvoorde, 1984; Vettenburg, 1988) en ondertussen in diverse studies verder verdiept (Vettenburg en Walgrave, 2002; Vettenburg en Walgrave, 2008).

  • binnen de criminologische theorievorming en beschrijft hoe de cumulatie van kwetsingen door de maatschappelijke instellingen het risico vergroot op enerzijds delinquent gedrag en justitieel contact, en anderzijds op het terechtkomen in een neerwaartse spiraal van toenemende marginalisering.

Maatschappelijk kwetsbaar is:

Een persoon of bevolkingsgroep die vanuit zijn context in zijn contact met de maatschappelijke instellingen vooral en steeds opnieuw met de negatieve aspecten (controle) wordt geconfronteerd

en minder profiteert van het positieve aanbod. Die persoon of bevolkingsgroep heeft op den duur geen vertrouwen meer in de maatschappij en zet zich ertegen af.

Je ziet niet aan een jongere dat hij of zij maatschappelijk kwetsbaar is. Dit hangt af van meerdere factoren. Zo is bijvoorbeeld niet iedere allochtoon ook maatschappelijk kwetsbaar. Wel hebben sommige bevolkingsgroepen meer kans om in een maatschappelijk kwetsbare situatie terecht te komen, bijvoorbeeld werkloze jongeren, personen met een handicap, alleenstaanden…

Kinderen in kwetsbare gezinnen zijn niet per se zelf maatschappelijk kwetsbaar, maar lopen wel meer risico. Jongeren kunnen uit maatschappelijk kwetsbare situaties geraken, maar andersom kan je ook op latere leeftijd in zo’n situatie belanden.

Maatschappelijk kwetsbare jongeren worden op een negatieve manier geconfronteerd met maatschappelijke instellingen zoals de school, de VDAB, het ziekenhuis, het OCMW, de bank, de politie, het immobiliënkantoor… Doordat dit patroon zich herhaalt worden ze ook extra kwetsbaar, bijvoorbeeld een negatieve schoolervaring maakt je kwetsbaarder op de arbeidsmarkt. Door hun herhaalde negatieve ervaringen wantrouwen ze de samenleving.

Deze jongeren profiteren ook minder van vorming, informatie en ondersteuning. Doordat ze niet voldoen aan de sociale normen, krijgen ze vaak een stempel opgedrukt. Dit zorgt voor een laag zelfbeeld en moedeloosheid. Ze voelen zich enkel veilig en gewaardeerd binnen hun eigen groep. De jongeren vinden elkaar in het zich afzetten tegen de maatschappij en vermijden zoveel mogelijk contact met de samenleving. De sociale band met begeleiders en gezagsfiguren zoals bijvoorbeeld een leerkracht, is dan ook cruciaal.

Voor het CMGJ is jeugdwerk alle georganiseerde activiteiten die gericht zijn op ontwikkeling, ontmoeting, spelplezier, wereldverbreding, animatie… Hiertoe behoort zowel het reguliere aanbod (bv. Chiro, Scouts, KLJ…) als het doelgroepspecifiek aanbod (bv. jeugdwelzijnswerk, speelpleinwerking voor personen met een handicap…).

Bij het verbinden van jeugdwerk en toegankelijkheid vindt CMGJ één conclusie belangrijk. Toegankelijkheid is een middel, geen doel. De term ‘toeleiden naar’ krijgt zo de betekenis ‘kennismaken met’.

2. Omgevingsanalyse

2.1 Algemeen

Maasmechelen, een gemeente in de provincie Limburg, behorend tot het arrondissement Tongeren, is een fusie van negen gemeenten: Mechelen-aan-de-Maas, Vucht, Leut, Meeswijk, Uikhoven, Eisden, Opgrimbie, Boorsem en Kotem. Maasmechelen is zowel een grensgemeente als voormalig mijngemeente. Geografisch gezien grenst Maasmechelen aan Dilsen-Stokkem, Genk, As, Zutendaal, Lanaken en aan het Nederlandse Stein en Meerssen.

Uit Cijfergegevens (laatste actualisatie 24 april 2013)

  • Totale bevolking: 37369

  • Aantal inwoners tussen de 0-24 jaar: 10660

  • Niet-Belgen van Maghreblanden en Turkije: 10,9%, Limburg: 8,6% -- hoger dan gemiddeld in Limburg

  • Inwoners van niet-Belgische herkomst: 51,4%, Limburg: 23,5% -- dubbel zo hoog dan gemiddeld in Limburg

  • Natuurlijke aangroei: 5,51 per 1000 inwoners, Limburg: 2,49

  • Alleenwonenden: 25,4%, Limburg: 25,5% -- gelijk aan gemiddeld in Limburg

  • Eenoudergezinnen: 19,8%, Limburg: 18,4% -- hoger dan gemiddeld in Limburg

  • Werkloosheidsgraad: 13,0%, Limburg: 7,8% -- 1ste plaats in Limburg

  • Dossiers collectieve schuldenregeling: 9,9%, Limburg: 7,3% -- hoger dan gemiddeld in Limburg

  • Bevolkingsdichtheid: 490 inwoners per km², Limburg: 351

  • Sociale huisvesting: 9,9%, Limburg: 5,5% -- hoger dan gemiddeld in Limburg





2.2 Doelgroep – maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren

Maasmechelen en maatschappelijke kwetsbaarheid leeft…”

Uit cijfergegevens

  • Jongeren langer dan één jaar werkzoekend (18-24 jaar): 2,2%, Limburg: 1,3% - 2de plaats in Limburg

  • Jongeren (18/24 jaar), werkzoekend en laaggeschoold: 5,6%, Limburg: 3,5%

  • Jongeren in de jeugdbijstand: 4,3%, Limburg: 3,5% -- hoger dan gemiddeld in Limburg

  • Risicoschoolloopbanen in lager onderwijs1: 27,8%, Limburg: 20,7% -- hoger dan gemiddeld in Limburg

  • Risicoschoolloopbanen in secundair onderwijs2: 27,7%, Limburg: 21,5% -- hoger dan gemiddeld in Limburg

  • Uitkeringsgerechtigde jongeren: 6,8%, Limburg 4,3 % – 2de plaats in Limburg

  • Geboorten in kansarme gezinnen: 11,6% - 6de plaats in Limburg

Achterstelling laat zich meer en meer voelen.”



Maasmechelen is een gemeente met een bevolking met lage inkomens, veel vervangingsuitkeringen, werklozen, migranten en een lage scholingsgraad. Maasmechelen staat in de top drie kansarme gemeenten van Limburg.



3. Vrije tijd voor kinderen en jongeren in de gemeente

Vrije tijd is kansen bieden voor iedereen.”

Het vrijetijdsaanbod voor kinderen jongeren situeert zich binnen diverse domeinen (cultuur, sport, jeugd). De gemeente Maasmechelen heeft een uitgebreid gamma aan vrijetijdsmogelijkheden.

We maakten een overzicht van het vrijetijdsaanbod in Maasmechelen zoals we dit vonden op de gemeentelijke website en in brochures. Naast dit aanbod is er nog een ruim aanbod aan particuliere initiatieven.

Sport

Aanbod

Aantal clubs

Detail

Voetbal

7


Basketbal

1


Volleybal

2


Bowling

1


Badminton

1


Tennis

1


Atletiek

1


Gevechtssport

2


Schaken

1


Turnen

1


Zwemacademie

1


Zwemclub

1


Sportacademie

1


Handbal

1


Buurtsport

1

Het promoten van diverse sporten in de buurt zelf.

Sportkicks

1

Deelname aan de jeugdsportdag in een Limburgse gemeente.

Jeugdsportinitiatiedagen

1

Voor leerlingen van het 4de, 5de en 6de leerjaar. Kennismaking met diverse sportdisciplines, tijdens de paasvakantie.

Boksproject

1

Voor kinderen vanaf 8 jaar.

Totaal

26




Dansaanbod

Aanbod

Aantal

Waterballet

1

MOVEO

1

Brand New Style

1

Dansacademie

1

Totaal

4



Muziekaanbod

Aanbod

Aantal

Muziekacademie

1

Totaal

1



Kunstaanbod

Aanbod

Aantal

Kunstacademie

1

Totaal

1



Beeld

Aanbod

Aantal

Toneelacademie

1

Totaal

1





Jeugdwerk

Aanbod

Aantal

Detail

Jeugdverenigingen

12

Chiro Eisden-Dorp, Chiro Akori, Chiro Proosterbos, Chiro Gromme, Chiro Maasmechelen, Jong Leut, Scouts Mastentop Eisden, KSJ de Blauwvoet, de Maasrakkers, Zoemm, Bokome, Kom-Y-Moni

Turkse jeugdverenigingen

2

Vzw Vrede & Geluk en Vzw Jongeren in beweging

Jeugdhuizen

4

’T Alibi, Jongeren In Beweging (Turks jeugdhuis), ’T Lont (Vzw Thebe), Underground

Ander jeugdwerk

6

Vzw Thebe, Straathoekwerk, speelpleinwerking Saenhoeve, spw Tiliae, speelpleinwerking (SPW) Flapuit (jeugddienst: kinderen met beperking), SPW Autisme Limburg

Totaal

24




Uit de welzijnsmonitor 2012

Leden jeugdbeweging: 555 of 8,2% van de 6- tot 24-jarigen in Maasmechelen.

Leiding jeugdbeweging: 113 of 2,5% van de 6- tot 24-jarigen in Maasmechelen.



Bevindingen CMGJ

Het was een hele opdracht om een beeld te krijgen van het vrijetijdsaanbod in Maasmechelen. We zijn dan ook niet zeker of bovenstaand aanbod volledig is. We baseerden ons op informatie van de website van de gemeente Maasmechelen, voorhanden zijnde folders en de bevragingen. Al snel werd duidelijk dat ook intermediairen deze moeilijkheid ervaren. Er is geen globaal beeld van het aanbod beschikbaar.

In Maasmechelen is er een aanbod binnen de jeugddienst, jeugdverenigingen, jeugdhuizen, sport, cultuur… Daarnaast worden er ook nog tal van losse activiteiten georganiseerd en is ook de Turkse gemeenschap actief met het organiseren van eigen activiteiten. Zo zijn er onlangs twee nieuwe Turkse verenigingen opgestart, namelijk vzw Vrede & Geluk en vzw Jongeren In Beweging.

Er is ook een sterk verenigingsleven. Er is een aanbod binnen het ‘reguliere’ jeugdwerk, maar ook een aanbod naar maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren (Thebe, Turks jeugdhuis, speelpleinwerking Saenhoeve…).

Voor het doelgroepgerichte aanbod is er een tekort aan vraag en aanbod.” - “Het is voldoende en veel verschil. Toch zijn kinderen en jongeren, ouders er onvoldoende mee vertrouwd.” - “Er is genoeg, maar nood aan afstemming- wie doet wat wanneer?”



4. Invulling van vrije tijd van kinderen en jongeren

Om een beter zicht te krijgen op de invulling van de vrije tijd werden 139 kinderen en jongeren bevraagd in een aantal scholen. Daarnaast werden jongeren bevraagd via het JAC, Thebe en Jongeren in beweging (JIB). We polsten ook de jeugdraad naar de drempels die volgens hen de jeugdverenigingen ervaren om te werken aan toegankelijkheid.

Bevraging kinderen

In verschillende scholen werden met een vragenlijst vragen gesteld aan 139 leerlingen van het 5de en 6de leerjaar. We geven een korte samenvatting van de antwoorden.

  • Wat doen jullie in jullie vrije tijd/na school, in het weekend?

De meeste kinderen geven meerdere mogelijkheden als vrijetijdsbesteding. De niet-georganiseerde vrijetijdsbestedingen zoals buiten spelen (46%) en computer/TV (35,2%) zijn het populairste. Binnen de georganiseerde vrijetijdsbestedingen staat sport met 26,6% op de eerste plaats. Daarnaast komen ook dansen (6,4%), muziekles (5%), tekenacademie (2,9%), jeugdhuis (2,9%), jeugdbeweging (1,4%) en toneel (0,7%) aan bod.

Hieruit leiden we af dat binnen het georganiseerd aanbod sport duidelijk het meest aanspreekt bij de kinderen. Thuis (computer, tv-kijken) en buiten spelen zijn één van de belangrijkste tijdsbestedingen.

  • Spelen jullie wel eens op straat, in de buurt, op een speelplein?

Kinderen spelen veel op straat (43,9%), op een speelplein (33,1%) en in de buurt (33,1%). Dit geeft aan dat een kindvriendelijke en veilige speelruimte binnen Maasmechelen van belang is.

  • Wat is er allemaal te doen in Maasmechelen na school? Wat ken je?

Volgens de kinderen is er volgend aanbod in Maasmechelen: zwemmen (36%), winkelen (22%), bowling, karten, fitnessen, sporthal, tennis, speeltuinen, voetbal (26,6%), volleybal, bioscoop (20.9%), winkelcentra, dansschool (17,7%), basket, atletiek, ‘weet ik niet’, Chiro(10.8%), indoor speeltuin, kermis, Saenhoeve, muziekschool, niets, scouts (4.3%), cultuur centrum, tekenacademie, kung fu, buitenspeeldag, handbal, tafeltennis, jeugdhuis (7,2%), boksles, speelpleinwerking, karate, toneel, bibliotheek.

In de top 10 van mogelijkheden die de kinderen aangaven staat zwemmen (36%), voetbal (26,6%), winkelen (22%), cinema (20,9%), dansschool (17,3%), speelpleintjes (13,7%), Chiro (10,8%), kunstacademie (10,1%), muziekschool (9,4%), sporten (9,4%). We kunnen concluderen dat kinderen voornamelijk het sportaanbod kennen. Het aanbod binnen het cultuurcentrum en de bibliotheek is dan maar slechts door telkens één kind gekend. Als we kijken naar het jeugdwerk zien we dat de Chiro (10,8%) op de eerste plaats staat, gevolgd door het jeugdhuis (7,2%), de scouts (4,3%) en de jeugdbeweging in het algemeen (2,2%).

Kinderen kennen vooral het sportaanbod. Het aanbod binnen het cultuurcentrum en de bibliotheek is nauwelijks gekend. Ook het jeugdwerk is maar matig gekend.

  • Is iedereen er welkom?

Op deze vraag kregen we heel wat antwoorden die kunnen verklaren waarom mensen zich soms niet welkom voelen binnen het aanbod. We geven jullie graag wat citaten van de kinderen mee ter illustratie van hun beleving.

Iedereen die zich aan de regels houdt mag binnen.” - “Ja maar je moet je inschrijven.” - “Afhankelijk van leeftijd.” - “Als je lidgeld betaalt.” - “Waarschijnlijk.” - “Ja zie veel mensen met hoofddoek.” - “Eigenlijk weet ik het niet, ik denk van wel.” - “Ja, bij scouts en Chiro.” - “Neen.” - “Alleen meisjes in dansgroep.” - “Meeste dingen zijn niet voor bejaarden.” - “Niet echt je moet het goed kunnen.” - “Ik mag overal gaan waar ik wil.” - “Soms niet.” - “Je moet het eerst vragen.” - “Ja, van baby tot bejaarde.”

  • Is het duur? (uniform, lidgeld, materiaal)

Bijna de helft van de kinderen (45%) ervaart het aanbod als duur. Hieronder geven we nog enkele opvallende citaten van de kinderen mee.

Ja, 1 kind per maand 65€.” - “Het uniform en materiaal.” - “Hangt ervan vanaf waar je naar toe gaat.” - “Ja, lidgeld sportclubs.” - “In deze tijd een beetje, maar niet veel.” - “Ja, 200€ en meer.” - “Ja Chiro is te duur voor wat het is.” - “Neen, want je kan per maand betalen.” - “Overal moet je betalen.

  • Geraken jullie daar gemakkelijk? Is het ver? Worden jullie gebracht door de ouders? Is er een bus?

Er wordt vooral beroep gedaan op de ouders om zich te verplaatsen naar een activiteit (53,2%). Dit maakt dat kinderen en jongeren zeer afhankelijk zijn van de ouders om bij het aanbod te geraken. Ouders moeten in de mogelijkheid zijn en tijd hebben om hun kinderen te brengen. Toch geven ook heel wat kinderen aan dat ze (regelmatig) met de fiets naar het aanbod gaan. Een veilige verkeerssituatie is dan ook belangrijk.



  • Zijn er leuke dingen te doen in Maasmechelen?

Hierop antwoordde 81,3% van de kinderen volmondig ja. Kinderen ervaren dat er heel wat leuke dingen te doen zijn in Maasmechelen.

Volgende leuke dingen zijn er volgens de kinderen in Maasmechelen te doen:

Zwemmen, voetballen, speeltuinen, bioscoop, bowling, kermis, shoppen, bibliotheek, fitness, basket, atletiek, sporthallen, scouts, Chiro, judo, buitenspeeldag, massa cross, Saenhoeve, dans, muziekles, tennis, volleybal, grabbelpas, toneel, speelpleinwerking, kunstacademie.

  • Mag je van je ouders bij een jeugdbeweging? Mag je van je ouders overal naartoe? Vb sportclubs, activiteit in jeugdhuis, Chiro…

Op deze vraag antwoordt 62% van de kinderen ja. Een aantal kinderen (12,9%) geeft aan dat ze wel mogen gaan, maar zelf niet willen. Een klein aantal meldt dat ze niet overal bij mogen (15%) of niet bij een jeugdbeweging mogen gaan (6,5%).

  • Wat zou er nog moeten zijn in Maasmechelen?

We geven jullie graag een overzicht van het aanbod dat er volgens de kinderen nog zou moeten zijn in Maasmechelen:

Schaatsbaan, dolfijnenshow, pretpark, meer sportclubs, hockeyveld, buitenzwembad, nieuw voetbalveld, kinderdisco, grote speeltuin, honkbalplein, dierentuin, meer aanbod van de Saenhoeve, grote kermis, rugby club, speelotheek, meer speelpleinen en verkeersvrije straten.

Het meest gevraagde item is een openluchtzwembad en de vraag naar meer speelruimte. Kinderen geven ook aan dat het aantal plaatsen voor deelname aan activiteiten dikwijls beperkt zijn, bv. bij de Grabbelpas.

  • Als jij burgemeester van Maasmechelen was, wat zou je geven aan de kinderen?

Hierop kregen we volgende antwoorden: eten, geld, ouders, leefruimte voor de arme mensen, gratis busvervoer voor kinderen, veel meer gratis activiteiten.



Bevraging jongeren

We interviewden een 15-tal jongeren van 12 tot 18 jaar en 2 jongeren van 23 à 24 jaar. In de beleving van de meeste jongeren is er niet veel te doen in Maasmechelen en/of weten ze niet wat er te doen is, naast hangen in de wijk. Er is volgens hen veel meer te doen voor kinderen dan voor jongeren. Na school voetballen ze, gaan ze naar het jeugdhuis, zwemmen, ze hangen rond aan de M2 of op pleintjes.

We kennen de Chiro niet.” - “ We missen een openluchtzwembad in Maasmechelen.” - “ Meestal is het wel ver. Er is geen openbaar vervoer voorzien.”

Het CMGJ ging ook naar de opening van Jongeren in Beweging (JIB) en had een gesprek met een 15-tal jongens tussen de 12 en 18 jaar. Ze vinden het bij JIB fijn om samen te zitten, met de x-box te spelen, te kickeren… Ze organiseren ook zelf regelmatig kickertornooien en er is één keer per week sport. Deze activiteiten lijken niet zo verschillend in vergelijking met een ander jeugdhuis of een jeugdbeweging. Maar toch is JIB leuker. Heel wat jongeren zijn bijvoorbeeld wel al één keer naar de Chiro geweest. Toch spreekt het hen niet aan en blijven ze weg.

Hier kan je samen zijn.” - “Er zijn meer kinderen van onze leeftijd, ook 12,13,14-jarigen.” - “Hier zijn al mijn vrienden en iedereen kent iedereen hier.” - “ De sfeer is hier gewoon heel fijn en we begrijpen elkaar beter.” “ Ik ben één keer naar de Chiro geweest, maar het was niet mijn ding.” - “ Er zijn daar geen verschillende nationaliteiten, hier wel.”

Om te weten wat er te doen is in Maasmechelen vragen ze rond bij mensen. Mond aan mond reclame werkt blijkbaar het best. Sport spreekt wel enorm aan, net zoals bij de kinderen.

Ook deze jongens stelden we de vraag wat ze wilden als ze burgemeester zouden zijn. We kregen volgende antwoorden:

Gratis Wifi” - “ Nieuwe, grote Moskee. Die van nu is te klein als wij vakantie hebben en mee naar het vrijdaggebed gaan.” - “Kijken naar wat de mensen nodig hebben en dan in actie schieten.” - “ Meer speeltuintjes, groter en mooier.” - “ Meer voetbalpleinen en voetbalkooien. Nu gaan de voetbalkooien weg, maar die moeten blijven staan!” - “ Meer jongerenevenementen of een discotheek.”

Net als bij de kinderen komen ook hier de speelruimtes aan bod. Er is nood aan meer en kwalitatieve speelruimtes. Daarnaast wordt ook vanuit diverse jongeren aangegeven dat er meer jongerenevenementen georganiseerd mogen worden.





Bevraging jeugdraad

Wij stelden aan de leden van de jeugdraad de vraag of ze wensten te werken aan toegankelijkheid en waarom wel of niet. Een overzicht van de antwoorden.

Werken aan toegankelijkheid?

JA omdat

Er weinig buitenlandse kinderen te vinden zijn in een jeugdbeweging. – Iedereen moet een kans krijgen.– Iedereen zich kan vinden in het idee altijd welkom. – We meer leden kunnen krijgen.

Je iedereen elkaar evenwaardig kunt laten voelen.

Iedereen de kans moet krijgen om zich te ontspannen, ontplooien….

Sommige kinderen er veel aan hebben om een warme plek te vinden.

JA maar,

De financiële toestand van de ouders maakt het wel moeilijker.

Rekening houden met meerdere doelgroepen is arbeidsintensief en dus tijdsrovend.

Te weinig leiding om goede ondersteuning te bieden aan kinderen met ‘beperking’

Kinderen met beperking zijn niet altijd sfeerbevorderend voor de rest van de groep.

Er moet ook met ouders gewerkt worden.

Financieel niet altijd haalbaar. Inschrijving + uniform.

We hangen nog steeds aan de financiële aspecten, bv. uniform, verzekering.

Wij willen als vereniging onze eigenheid behouden (tradities).

De jongeren aanvaarden de nieuwe leden niet altijd.

Willen ze wel tweedehands spullen?

De nodige vormingen moeten haalbaar zijn.

Het moet financieel haalbaar zijn.

Het is niet gemakkelijk om de leiding op één lijn te krijgen rond dit thema.

Kan onze leidingsploeg dit aan? Bv. ontwikkelingsstoornis, ‘zorgenkinderen’.

Is dit de opdracht van een jeugdbeweging? Sommigen zijn niet gebaat bij een jeugdbeweging en

vinden hun weg niet naar de jeugdbeweging.

Mag geen invloed hebben op onze werking of manier van werken.



NEE omdat,

De leiding te zwaar belast wordt.

De jeugd er niet mee om kan.

Ze ergens anders misschien beter begeleid worden.

Je mag je eigen leden niet vergeten. Zij hebben ook aandacht nodig

Je op een bepaalde doelgroep mikt. Bij ons komen kinderen tot 18 jaar die willen en kunnen spelen.

We hebben een eigen manier van werken.

NEE maar,

Alleen de belangrijkste punten willen we wel proberen.



We merken dat veel jeugdverenigingen wel willen werken aan toegankelijkheid maar vooral veel twijfels hebben. Jeugdverenigingen stellen zichzelf de vraag of hun vereniging en leiding wel voldoende draagkracht heeft om hiermee aan de slag te gaan. Ze zien werken aan toegankelijkheid als arbeids- en tijdsintensief en zijn bang dat de identiteit van hun vereniging verloren gaat. Toch zien we zeer veel interesse en bereidheid om te werken aan toegankelijkheid.



5. Drempels

Welke drempels ervaren kinderen, jongeren en ouders nu om de stap naar het vrijetijdsaanbod te zetten? Er zijn verschillende drempels waardoor kinderen en jongeren hun weg niet (of minder snel) vinden naar het aanbod. Vanuit de bevragingen en gegevens die we hierboven hebben verwerkt, proberen we deze drempels te inventariseren. We delen ze op in :

- Fysieke drempels zijn concrete tastbare drempels: bekendheid, bereikbaarheid, beschikbaarheid, bruikbaarheid.

- Psychische drempels zijn drempels binnen de beleving, gevoelens, het denken: referentiekader en vermijdingsdrang, benadering, werking.

Per drempel geven we een korte uitleg waarvoor deze drempel staat, met daarbij de situering voor Maasmechelen.



Fysieke drempels

Bekendheid

Is het aanbod voldoende gekend bij de kinderen, jongeren en ouders? Zijn ze voldoende geïnformeerd over het aanbod? Omwille van verschillende redenen zijn maatschappelijk kwetsbaren dikwijls het minst geïnformeerd:

- Ze maken geen deel uit van diverse netwerken waardoor ze minder vlot geïnformeerd worden.

- Ze bezitten geen leescultuur

- Ze werken vaak minder vlot met nieuwe media zoals e-mail, internet…

- Vaak speelt een taalprobleem ook mee.

Het is een uitdaging om het aanbod te kennen.” - “ Beeldvorming van beide kanten is belangrijk.”



Bevindingen CMGJ

In Maasmechelen gebeurt de bekendmaking van het aanbod vaak via geschreven communicatie. Zo is er het Drakenblad waarin het aanbod van jeugd, cultuur, sport en de bib staat. Dit wordt verdeeld in de scholen en ligt ter inzage op het OCMW. Daarnaast zijn er tal van folders, brochures en nieuwsbrieven die een heleboel informatie meegeven. Maar jongeren hebben steeds minder een leescultuur. Dit geldt zeker voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. Uit de bevragingen blijkt dat men het aanbod vaak wel kent, maar daarom de inhoud nog niet. Bij ontoereikende informatie, worden er vragen gesteld. Wordt er goed voor mijn kind gezorgd? Is het koosjer? Wat leren ze daar? Een gekend aanbod is daarom nog niet bekend.

Ouders zijn zoekend en stellen zich de vraag waar ze moeten beginnen met zoeken.”

Er gebeuren ook heel wat inspanningen om over het aanbod te communiceren. Zo gaan sommige jeugdverenigingen langs op de scholen om hun aanbod voor te stellen, wordt het vrijdagavondgebed in de moskee gebruikt om informatie door te geven en zijn er al een aantal diensten bezig met outreachend of vindplaatsgericht te werken. Vanuit de gemeente is er een intercultureel bemiddelaar die een heel goed contact heeft met de Turkse gemeenschap.

Bij het informeren van kinderen, jongeren en ouders zijn 2 vragen belangrijk : welke informatie geven we door en hoe doen we dit. Hierbij denken we dat het zinvol is om te informeren vanuit één locatie en in de onmiddellijke omgeving van de doelgroep. Voor de doelgroep is mondeling en persoonlijk doorgeven van informatie de beste manier. Zo kan er een gezicht op geplakt worden en kunnen vragen gesteld worden indien het aanbod niet duidelijk is. De drempel om zelf naar een organisatie te stappen is vaak (te) groot. Het is daarbij niet enkel van belang dat de doelgroep weet wat de bedoeling van het aanbod is, maar dat ook de diverse intermediairen dit weten.

Een eenduidig communicatiebeleid en een visie over hoe het aanbod aan de bewoners van Maasmechelen gecommuniceerd kan worden – met extra aandacht voor de kwetsbare doelgroepen - bestaat niet. Er zijn tal van initiatieven die werken, maar die niet op elkaar afgestemd zijn.

Informatie geven via een folder kan daarbij een handig hulpmiddel zijn en iets dat als geheugensteuntje kan dienen. De geschreven communicatie kan aangepast worden zodat ze toegankelijker wordt voor diverse doelgroepen.

Het idee om via het GIS-systeem de geografische spreiding van scholen en het vrijetijdsaanbod in kaart te brengen lijkt daarvoor een goede eerste stap. Dit kan een handige tool zijn voor intermediairen. Of ouders, kinderen en jongeren hiervan gebruik zullen maken, is voor ons een groot vraagteken.

Eens die bekendheid overwonnen is, schuilen er nog andere drempels zoals financieel, afstand.”







Bereikbaarheid

Als ze niet naar jou komen, ga naar hen.”

Is het aanbod makkelijk bereikbaar?

Kenmerkend voor veel maatschappelijk kwetsbaren is dat ze veel minder financiële draagkracht hebben. Daarnaast kan de geografische ligging en spreiding ook een rol spelen in het al dan niet deelnemen aan het aanbod.



Bevindingen CMGJ

Doordat het aanbod in Maasmechelen zo divers en groot is, speelt geografische bereikbaarheid minder mee. Op diverse locaties is er wel een aanbod.

Voor het aanbod dat zich beperkt tot één plaats bv. het cultuurcentrum moet men zich de vraag stellen of dit voor iedereen even bereikbaar is : hoe zit het met de busverbindingen? Rijdt er na de voorstelling nog wel een bus terug? Kunnen er initiatieven opgezet worden waardoor mensen er geraken? Is er een mogelijkheid om activiteiten te organiseren in de buurten zelf?

Ergens geraken is niet altijd even gemakkelijk. De zoon heeft s’ avonds training. Meestal kan ik dan nog de laatste bus nemen, maar soms brengen ze ons ook naar huis.”

Goede voorbeelden binnen Maasmechelen zijn de inzet van de schoolbus voor buitenschoolse activiteiten en het busje dat vanuit de kinderopvang vertrekt om de kinderen naar de vrijetijdsactiviteiten te brengen. Deze acties verlagen deze drempel.

Een man kwam naar me toe met de boodschap dat hij graag eens naar het cultureel centrum zou willen gaan, maar dat er geen bus naar daar rijdt vanuit zijn wijk. Hier kunnen we iets aan doen en dan zijn er vaak mensen die deze boodschap niet (durven) geven.”

Er is bijna geen wijkwerking meer.”

Maar ook de financiële bereikbaarheid is belangrijk. Het prijskaartje dat vasthangt aan een activiteit is vaak een belangrijke drempel om al dan niet deel te nemen aan het aanbod. De kosten van de inschrijvingen zijn duidelijk, maar er zijn vaak bijkomende kosten (uniform, kamp, uitstappen...). De onduidelijkheid over de extra kosten kan een factor zijn om niet mee te doen of af te haken.

Het is duur, maar voor de vrijetijdsbesteding van mijn kinderen heb ik het er wel voor over.”

Vanuit het OCMW kan je, als je in aanmerking komt voor het omniostatuut, in Maasmechelen aanspraak maken op de socioculturele participatiepremie. Voor lidmaatschap is dat een terugbetaling van €150 euro per persoon en voor éénmalige activiteiten is dat €30 per persoon. Of dit voldoende bekend is bij organisaties en bij de doelgroep hebben we in dit onderzoek niet kunnen achterhalen. De mensen dienen zelf met een factuur te komen en krijgen deze terugbetaling zolang er geld is. Daarnaast wordt ook een deel van dit budget verdeeld onder Rap op Stap, SOMA en activiteiten die het OCMW zelf organiseert. Men is dus niet zeker of men er gebruik van kan maken.

Daarnaast mag ook de psychische drempel niet onderschat worden. Naar korting vragen omwille van een financieel moeilijke situatie of zijn inkomenssituatie bewijzen is niet evident.

Er bestaan plannen voor een softwaresysteem waarin automatisch kortingsbonnen worden toegekend op basis van het omniumstatuut, via een klever van het ziekenfonds. Dit lijkt alleszinds een goed initiatief.

Ouders moeten vaak kiezen wat haalbaar is.” - “Als er een bepaalde binding is tussen het aanbod en de doelgroep is de bereikbaarheid groter.”

Beschikbaarheid

Kunnen kinderen, jongeren en ouders makkelijk beroep doen op het aanbod? Drempels die op dit niveau zijn:

- Inschrijvingsprocedures

- Openingsuren

- Zijn de verantwoordelijken makkelijk aanspreekbaar, zowel voor de kinderen en jongeren als voor de ouders?



Bevindingen CMGJ

De plannen om vóór 2015 binnen sport, cultuur en jeugd eenzelfde inschrijvingssysteem te gebruiken kunnen we alleen maar toejuichen.

Het blijft een gegeven dat mensen makkelijker te bereiken zijn binnen hun eigen leefomgeving. Hen zelf opzoeken, maakt dat je ook meer beschikbaar bent. Je vangt hierdoor sneller signalen op waarmee je aan de slag kunt. Het mondeling overbrengen van informatie en het informele contact verlagen deze drempel.

Daarnaast pleit CMGJ om één aanspreekpunt voor het vrijetijdsaanbod te creëren. Iemand die op de hoogte is van het aanbod en steeds beschikbaar is om mensen op weg te helpen. Een loket of persoon die alle informatie over het vrijetijdsaanbod verzamelt en dit in samenwerking met alle organisaties en diensten.

Een leider, vrijwilliger van eigen cultuur overwint de drempel van vertrouwen sneller om zo beschikbaar te zijn voor mensen.”

Bruikbaarheid



Is het aanbod interessant voor kinderen en jongeren? Sluit het aan bij de leefwereld?





Bevindingen CMGJ

Het aanbod is voldoende divers maar bereikt heel dikwijls de doelgroep niet.”

Maasmechelen heeft een gevarieerd aanbod dat aansluit bij verschillende leefwerelden. Positief is dat er ruimte blijft om het aanbod uit te breiden wanneer blijkt dat het bestaande aanbod niet voldoende is (bv. de organisatie van twee Turkse verenigingen).

Wanneer er gewerkt wordt voor en door de doelgroep, is het makkelijker om aansluiting te vinden bij de leefwereld en neemt de bruikbaarheid toe. Geef bijvoorbeeld jongeren zelf verantwoordelijkheid, laat hen mee bepalen wat het aanbod kan zijn. Zo creëren jongeren hun eigen plek en identiteit waar (h)erkenning, veiligheid, samen zijn… centraal staat. Een aanbod is interessanter en dus ook meer bruikbaar naarmate het meer aansluit op de noden en behoeften van de doelgroep. Daarnaast kan ook, zeker voor de kleinere kinderen, de ouderbetrokkenheid een grote meerwaarde betekenen.

Wanneer het vrijetijdsaanbod de insteek taal heeft, merken we dat dit aanslaat. Taal is prioritair voor veel ouders, het vrijetijdsaanbod dat eraan gekoppeld is, nemen ze er dan wel bij. Zo zijn er een aantal kleinschalige projecten die succesvol zijn zoals ‘op reis met taal’ en ‘leren thuis leren’.

We zien ook dat het aanbod van het Cultuur Centrum slechts matig aansluit op de leefwereld van jongeren.

Toch hebben wij het idee dat er binnen de verschillende diensten en organisaties een openheid is om hiermee aan de slag te gaan.

Er is veel wat verschillende mensen aanspreekt, het zit hem eerder in de communicatie. Weten ze wel dat dit iets voor hen kan zijn?”



Psychische drempels

Vermijdingsangst en referentiekader

De rugzak waarmee kinderen naar school komen weegt hoe langer hoe zwaarder. Kinderen hebben dikwijls al heel wat kwetsuren opgelopen. Mishandeling, misbruik, trauma-ervaring, angsten…”

Doorheen ons leven stapelen we een massa ervaringen en kennis op. We trekken conclusies uit bepaalde situaties en ‘leren’, dit wil zeggen we nemen die ervaring mee naar volgende soortgelijke situaties. Maar die ervaring en al die stukjes kennis verschillen van persoon tot persoon. Dit hangt af van leerkrachten die je had, de waarden van je ouders, de dingen die je hoort op de radio en ziet op tv en het internet, je vrienden, je buurt… En zo komt iedereen vanuit zijn achtergrond tot zijn eigen visie op de wereld. Dit alles samen vormt het referentiekader van waaruit je alles rond je bekijkt en beoordeelt.

Hou er rekening mee dat maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren soms vanuit de kwetsingen die ze in het verleden opliepen, zich wel eens verdedigend opstellen in situaties die ze niet of onvoldoende kennen. Eén van de kenmerken van maatschappelijk kwetsbaren is dat ze uit angst om nogmaals gekwetst te worden in hun contact met maatschappelijke instellingen, dit contact gaan vermijden. Hoe ben je zelf als het om iets onbekend gaat? Veel mensen hebben angst voor het onbekende en vermijden dit dus liever.



Bevindingen CMGJ

Ook ‘middenklasse’ ouders zijn geen gemakkelijke doelgroep. Er is een tendens van extreem veeleisendheid en op zichzelf gerichtheid. Ze zien het aanbod vaak als opvang.”

In Maasmechelen zien we dat de wederzijdse beeldvorming tussen het jeugdwerk en de kwetsbare doelgroep verstoord is. De ideeën over ‘de andere’ bestaan vaak uit heel wat misvattingen. Je hebt verschillende culturen, tradities, talen en verwachtingen die ervoor zorgen dat vermijdingsangst ontstaat. Dit beeld wordt gevoed en versterkt doordat ook ouders vaak geen ervaring hebben met het jeugdwerk. Toch gaan veel jongeren wel een keer naar een jeugdbeweging, maar ze haken vaak ook weer snel af.

Zonder relatie, geen prestatie.”- “ Verschil in verwachtingen van ouders en jeugdwerk?”







Benadering

Probeer niet te focussen op het uiterlijk, maar probeer naar het binnenste van het kind te kijken.”

In tegenstelling tot heel wat uitspraken en ideeën, zijn maatschappelijk kwetsbare kinderen gewoon kinderen die plezier willen maken, die eigen talenten hebben. Het is belangrijk om hen vanuit een positieve invalshoek te benaderen.

- Iemand is meer dan zijn maatschappelijke kwetsbaarheid alleen;

- Wat jij bent, is niet het enige goede;

- Leer het onbekende kennen;

- Stel jezelf respectvol op;

- Vertrek vanuit een positieve benadering.



Bevindingen CMGJ

Vertrekken vanuit het positieve, kansen, talenten en op vraag van wat kinderen en jongeren zelf willen … of vertrekken vanuit het negatieve, fouten, mislukkingen. Een heel andere insteek, met heel andere conclusies en dus ook realisaties.

Outreachend werken kan hier een antwoord op zijn. We dagen Maasmechelen uit om deze methode eens grondig onder de loep te nemen en te kijken welke mogelijkheden er zijn binnen de gemeente om hier nog meer op in te zetten.

We moeten sterker worden, niet meer doemdenken.”











De werking

Jeugdwerk is voor en door jongeren. Jeugdwerkers moeten ondersteunen (luisteren en hen helpen).”

Tal van gewoonten die voor het jeugdwerk vanzelfsprekend zijn, roepen bij buitenstaanders vaak vraagtekens op. Op een kritische manier stilstaan bij je eigen werking, kan veel aan het licht brengen. Welk woordgebruik wordt gehanteerd? Hoe zien onze folders eruit? Naar wie is dit gericht? Welke activiteiten komen veel aan bod, welke minder? Hoe komt dit?



Bevindingen CMGJ

In Maasmechelen is er veel openheid om samen te werken, maar het gebeurt te weinig. Initiatieven zoals het Puzzeluur gaan niet meer door, organisaties geven aan dat ze niet van elkaar weten wat ze doen. Er zijn wel losse maar geen structureel ingebedde samenwerkingen.

Deze openheid om samen aan te slag te gaan is een belangrijke en noodzakelijke voorwaarde om verder te werken. Een mogelijke eerste stap is een sterkte en zwakteanalyse van elke organisatie of dienst om gericht te kijken waar er krachten en mogelijkheden zijn om dingen aan te passen.

Met de samenwerking tussen jeugdwerk en onderwijs is er een goed begin gemaakt. Er wordt hierop ingezet door de link tussen jeugdverenigingen en de plaatselijke basisscholen te versterken. De basisschool is de maatschappelijke instantie waarmee alle kinderen en hun ouders in aanraking komen. Leerkrachten worden als brugfiguur ingezet tussen het jeugdwerk en kinderen in armoede. Een eerste link wordt gelegd door de organisatie van een gezamenlijke activiteit met de leiders van de jeugdvereniging en de leerkrachten van enkele basisscholen. Dit moet zich ook vertalen naar samenwerking op andere niveaus (jeugdwerk, diensten/organisaties, beleid).

We zien dat er geen eenduidige interne communicatie is binnen de organisaties van Maasmechelen. Er is veel knowhow aanwezig. Er moet nog een weg gevonden worden om deze te bundelen. De interne communicatie op punt stellen, maakt externe communicatie een stuk eenvoudiger. Er heerst in Maasmechelen meer het wij-zij-gevoel in plaats van enkel het wij-gevoel.

Er kwam een vrouw op me af en vroeg wat gratis betekende. Vanaf nu zetten we altijd 0 euro op de folder.”



6. Besluit en aanbevelingen



Maasmechelen is een gemeente in beweging waar ruimte is voor verandering. Dit biedt kansen en mogelijkheden om werk te maken van het thema toegankelijkheid. De verantwoordelijkheid om te werken aan toegankelijkheid wordt best verdeeld wordt over de verschillende sectoren en diensten. Hoe meer handen, hoe meer kracht om iets aan te pakken.

Doelgroep?

Maasmechelen staat in de top drie van kansarme gemeenten in Limburg. Op basis van de cijfergegevens is extra aandacht naar het werken met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren en werken aan toegankelijkheid een must. Dit gebeurt best vanuit alle diensten en niet enkel vanuit doelgroepspecifieke diensten.

Aanbod?

  • Vooral sport spreekt kinderen en jongeren aan.

  • Veel kinderen spelen graag buiten met hun vriendjes en jongeren willen ontmoetingsmogelijkheden met hun vrienden. Ze vragen meer speelruimte, ontmoetingsruimte, een openluchtzwembad en meer gratis activiteiten zoals de buitenspeeldag.

  • Probeer zo veel mogelijk aanwezig te zijn in de leefwereld van kinderen en jongeren om noden en signalen op te vangen maar ook om het aanbod door te geven (outreachend werken).

  • Doelgroepspecifiek werken met een vrijetijdsaanbod voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren blijft noodzakelijk en heeft een grote meerwaarde.

Drempels?

Bekendheid

  • De combinatie van schriftelijk en mondeling/persoonlijk in contact treden met de doelgroep werkt.

  • Bekendheid van het aanbod bij de intermediairen zorgt voor meer bekendheid bij de doelgroep.

  • Gekend is daarom niet bekend. Vaak is de bedoeling en inhoud nog te onduidelijk waardoor vooroordelen en negatieve connotaties blijven bestaan.





Bereikbaarheid

  • De bereikbaarheid van diensten met het openbaar vervoer mag geëvalueerd worden, zeker voor diensten die maar één locatie hebben.

  • Investeer om de prijs helder te maken en zo laag mogelijk te houden. Geef kortingen automatisch zodat mensen er niet achter moeten vragen.

Beschikbaarheid

  • De plannen om vóór 2015 binnen sport, cultuur en jeugd eenzelfde inschrijvingssysteem te gebruiken is een goed initiatief. Idealiter wordt dit gecombineerd met één loket of door één persoon die zich bezighoudt met het vrijetijdsaanbod binnen alle domeinen.

Bruikbaarheid

  • Werk voor en door de doelgroep. Geef een stem aan kinderen, jongeren en ouders. Betrek hen, laat hen meedenken, uitvoeren en participeren. Werk bottom-up en bekijk op basis van de noden of en op welke manier het aanbod moet aangepast worden.

  • Voor ouders is de taalverwerving van kinderen belangrijk en daarom een reden om de stap te zetten tot deelname aan het bestaande aanbod. Organisaties en diensten spelen deze troefkaart nog onvoldoende uit.

  • Er is een te beperkt aanbod voor kleuters.

Vermijdingsangst en referentiekader

  • Een verkeerd beeld bij het jeugdwerk over het werken met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren zorgt voor angst om te werken aan het thema toegankelijkheid. Hier moet zeker op ingezet worden.

Benadering

  • Vertrek vanuit de krachten en talenten van kinderen en jongeren en niet vanuit hun problemen.

Werking (samenwerking en communicatie)

  • Stel een eenduidig communicatieplan op over de diensten en organisaties heen. Dit start vanuit een sterkte- en zwakteanalyse en bekijk wie belangrijke brugfiguren of aanspreekpunten zijn.

  • De partners in het vrijetijdsaanbod zijn van elkaar vervreemd. De uitdaging is om terug te komen tot uitwisseling, ontmoeting en structurele samenwerking. In dit verhaal moet het thema toegankelijkheid een plaats krijgen.

Drempels jeugdwerk?

  • Ondersteun jeugdbewegingen om hun draagkracht te vergroten door hen te erkennen in hun identiteit, hun drempels te respecteren en samen naar mogelijkheden te zoeken. Dit vertaalt zich enerzijds in bewustmaking en anderzijds in hanteerbaarheid.

  • Blijf hen stimuleren om te zoeken naar mogelijkheden. Wat vandaag niet kan is morgen misschien wel mogelijk.

  • Zet goede voorbeelden in de verf.



Opvallend doorheen de gesprekken is het negatieve beeld dat organisaties, diensten en kinderen en jongeren hebben van de gemeente waarin ze leven en werken. De diensten zelf dienen zich bewust te zijn en een rol te spelen in het veranderen van deze perceptie. Maasmechelen is een bron van goede voorbeelden, kansen en mogelijkheden. Dit mag best meer ‘in the picture’ gezet worden. Dit onderzoek is voor jullie geen eindpunt, maar hopelijk een beginpunt.



Wie iets wil zoekt naar mogelijkheden, we iets niet wil zoekt naar redenen.

Bronnen



Cijfergegevens



www.lokalestatistieken.be

www.limburg.be/socialeplanning-socialekerncijfers

Bevragingen

Dienst jeugd, Tanja Rutten

Dienst onderwijs en educatie, Tiziana Marini

Dienst diversiteit, Ellen Hermans

OCMW, Peter Kohlbacher

Dienst sport, Geertje Beckers

Intercultureel bemiddelaar, Musa Bayram

Cultureel Centrum, Linda Cezar

Jeugdraad

SOMA, Joke Aerts

Thebe vzw, Kristof Hayen

LISS vzw, Hanna Martens

JAC, Priscilla Hick en Valerie Moonen

Rap op stap, Marina Stieners

140 leerlingen

30-tal jongeren

10-tal ouders

5 scholen (directies): Sint Jan, Sint Willibrordus, Kameleon, Op het Boseind, de Triangel

Andere

Website gemeente Maasmechelen

Diverse folders vanuit het aanbod van het Cultureel Centrum, Meldpunt discriminatie, Inburgering Limburg, Infopunt onderwijs, Vormingplus, Huis van het Nederlands Limburg, Rap op stap reisadvies, JAC, Opvoedingswinkel Maasland, CGG, Jeugddienst Maasmechelen, dienst Diversiteit.

Bijlage 1- Standaardvragen relevante actoren

Drempelonderzoek
[Bevraging Maasmechelen]



Richtvragen:

- Functie van de bevraagde en hoelang deze persoon actief is in de gemeente Maasmechelen

- Vrijetijdsaanbod in de gemeente Maasmechelen

- Is het vrijetijdsaanbod voldoende?

- Hoe maatschappelijke kwetsbaarheid situeren in de gemeente Maasmechelen?

- In functie van de drempels – Hoe ervaart zij/hij dit vanuit haar/zijn functie?

A. Bekendheid

Is het aanbod voldoende gekend bij de kinderen, jongeren en ouders?

Hoe wordt momenteel met die bekendheid omgegaan?

B. Bereikbaarheid

Is het aanbod makkelijk bereikbaar? (bv financieel, zelf geografische spreidingen bekijken)

Hoe wordt momenteel met die bereikbaarheid omgegaan?

C. Beschikbaarheid

Kunnen kinderen, jongeren en ouders makkelijk beroep doen op het aanbod? (openingsuren, aanspreekbaarheid?, papierwerk….)

Hoe wordt momenteel met die beschikbaarheid omgegaan?

D. Bruikbaarheid

Is het aanbod interessant voor kinderen en jongeren? Sluit het aan bij de leefwereld?

Hoe wordt momenteel met die bruikbaarheid omgegaan?

E. Vanuit de doelgroep – vermijdingsdrang + referentiekader

Hoe ervaar jij de kinderen en jongeren en ouders binnen Maasmechelen?

Wat denk jij dat de drempels kunnen zijn voor de kinderen en jongeren?

F. Vanuit je begeleidershouding - benadering

Hoe kijk je naar maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren?

G. Vanuit de werking

Hoe komt het aanbod voor buitenstaanders over?

- Communicatie?

Hoe communiceren jullie naar de inwoners (voelen jullie nog noden hier rond?)?

Hoe communiceren jullie onderling?

- Samenwerkingen? Gemeentelijke diensten, jeugdwerk, OCMW… (verleden en heden)

- Spilfiguren?

- Vrijwilligers – Hoe sta je tegenover vrijwilligers, hoe gaat dat in zijn werk in Maasmechelen?



Bijlage 2 - Vragenlijst kinderen en jongeren

Drempelonderzoek
[Bevraging kinderen en jongeren]

  • Wat doen jullie in jullie vrije tijd/na school, in het weekend?

  • Spelen jullie wel eens op straat, in de buurt, op een speelplein?

  • Wat is er allemaal na schooltijd te doen in Maasmechelen? Wat ken je?

  • Is iedereen er welkom?

  • Is het duur? (uniform, lidgeld, materiaal)

  • Geraken jullie daar gemakkelijk? Is het ver? Worden jullie gebracht door de ouders? Is er een bus?

  • Zijn er leuke dingen te doen in Maasmechelen?

  • Mag je van je ouders bij een jeugdbeweging? Mag je van je ouders overal naartoe? Vb sportclubs, activiteit in jeugdhuis, Chiro…

  • Wat zou er nog moeten zijn in Maasmechelen?

  • Als jij burgemeester van Maasmechelen was, wat zou je geven aan de kinderen?





















Centrum voor Maatschappelijke Gelijkheid en Jeugdwelzijn vzw

Boslaan 27

3600 Genk



Tel. 089 84 50 04 - 089 84 49 87

Fax 089 84 49 88



info@cmgj.be

www.cmgj.be



Afbeelding 3
Afbeelding 4




1 Dit is de optelsom van leerlingen met schoolse vertraging in het gewoon lager onderwijs en leerlingen buitengewoon lager onderwijs.



2 Dit is de optelsom van leerlingen met minstens één jaar schoolse vertraging in B-stroom/BSO van het gewoon secundair onderwijs, leerlingen met minstens twee jaar vertraging in A-stroom/ASO-TSO-KSO van het gewoon secundair onderwijs, leerlingen buitengewoon secundair onderwijs en leerlingen deeltijds beroepssecundair onderwijs.





Uitgelicht

Contact

Onderwijs&Educatie

Oude Baan 207

3630 Maasmechelen

 

T 089 76 98 00


Mijn Maasmechelen

Zoeken

Volg ons